Biologie · Celdeling
Een animatiefilm over de gewone celdeling en de reductiedeling. Een cel kan niet kijken en niet tellen. Hoe verdeelt hij zijn DNA dan toch bijna altijd precies eerlijk?
Tip: tik op en houd je telefoon dwars. Dan zie je ook de kleine labels in de film.
Niet als rijtje fasen, maar als oplossing van een probleem: 46 chromosomen eerlijk verdelen zonder te kunnen kijken of tellen. Eerst kopiëren (basenparing en controle), dan oprollen, dan blind zoeken met draden die willekeurig groeien en instorten. Alleen een verbinding onder spanning blijft vastzitten, dus foute verbindingen laten vanzelf los. En een rem verdwijnt pas als niets meer los zit. De fasenamen hangen aan die stappen. Bij de reductiedeling komt daar toeval bij: kop of munt per paar.
Een teltabel met chromosomen en chromatiden per cel, per fase. Mitose: 46/92 → 46/46 per cel. Meiose: 46/92 → na de eerste deling 23/46 → na de tweede deling 23/23.
Worteltop van een ui: een pletpreparaat met karmijnazijnzuur of orceïne. Tel de cellen per fase en schat zo hoe lang elke fase duurt: de interfase wint ruim. Modelleren met pijpenragers of sokken. Kop of munt met drie paren: acht combinaties.
Het kinetochoor heet "aanhechtingspunt". De prometafase valt onder de profase. Mitose is strikt genomen de kerndeling, gevolgd door de celdeling. X en Y zijn maar gedeeltelijk homoloog. De reductiedeling bij de vrouw levert één eicel en poollichaampjes op, en meiose II wordt pas afgemaakt bij de bevruchting. Stuifmeel ontstaat door meiose gevolgd door mitose. Het centromeer zit niet altijd in het midden. In de cel zijn steeds 4 van de 23 paren getekend. Het losmaak-enzym bij het centromeer is aurora B, de remstof komt van het spoelfiguur-controlepunt, het knip-enzym is separase en de eiwitringetjes zijn cohesine.
Een eicel begint zijn reductiedeling al voor de geboorte van de moeder zelf en wacht daarna jaren tot tientallen jaren. De eiwitringetjes die het paar bijeenhouden, slijten en worden niet vervangen. Daardoor stijgt met de leeftijd van de moeder de kans dat twee chromosomen van een paar samen dezelfde kant op gaan.
Bruce Nicklas en Carol Koch (1969): met een glasnaaldje in cellen van een sprinkhaan lieten ze zien dat spanning een verbinding vasthoudt · Conly Rieder e.a. (1995): een laser op het laatste losse aanhechtingspunt, in cellen van een ratkangoeroe, en de cel ging toch verder.
Toetsen: Spatie afspelen of pauzeren · ←→ 5 s spoelen · C ondertitels · M stem · F volledig scherm